16 oktober, 2009

Party Animals



Die mooie, oude tijd. Kale kop, Nike Air Max, Australian/Cavello-trainingspak aan en in de winter ging er dan vaak nog een met ID&T bestickerd bomberjack overheen. Even was ik de gabbertijd vergeten. Maar dankzij teamgenoten Benni, Jonathan en Erik weet ik weer dat we zo'n tien jaar terug helemaal losgingen op nummers als Hardcore Vibes en I Want To Be A Hippy.

Nietsvermoedend stapte ik woensdag ons belabberde trainingsveld op. Ik maakte het bij Sportclub Enschede en de Enschedese Boys ook al mee. Aan het eind van het voetbalseizoen worden de velden opnieuw ingezaaid. Na de zomerstop tref je dan een aardig trainingscomplex. Doelen opnieuw gelakt en veel gras. Het blijft een kunst, die woestijn om te toveren in een biljartlaken. Een nog grotere kunst blijkt het om de trainingsvelden groen te houden. Als de eerste bladeren weer van de bomen vallen, zijn alleen op de periferie nog wat grassprietjes te vinden. De middencirkel heeft in oktober alles weg van een zandbak. Vergelijk het met de schedel van Kennedy Bakircioglu. Bovenop nog een paar haartjes, maar de wat dikkere plukjes vind je aan de zijkant. Op het deel waar niemand het ziet of wil zien. Zo is het ook met de trainingsvelden van Mediterraneo. Daar waar het spel zich voornamelijk afspeelt, zijn de grasvlaktes schaars. Aan de zijkanten wil het balletje nog wel aardig rollen. Daar komt nauwelijks iemand en blijft het gras overeind. Het kan trouwens nog erger, bij Sportclub viste ik namelijk met regelmaat een kei uit de grond. Even schoonwrijven en dan tegen de lat of paal mikken. Dat geluid, heerlijk!

Dit geheel terzijde, terug naar de Party Animals. Ik huppel dus het veld op. Hoor ik allemaal teamgenoten lachen. Onzeker als ik ben, direct kijken wat ik aan heb. Nix mis mee hoor. Trainingsbroek met sokjes erover. Shirtje van Torres en een dikke trui daarboven. Kun je niks van zeggen, denk ik. Maar het blijkt niet om mijn kleding te gaan. Ons team bestaat uit ongeveer achttien man. Drie van hen hebben hetzelfde kapsel als Kennedy, maar zij vonden het niet waard om die ene paar schaamhaartjes overeind te laten. Dus lopen ze met een kale kop rond. En ik moet zeggen, het staat Benni, Jonathan en Erik heel aardig.

Dankzij aanvoerder Benni, hij ontdekte een outletstore met leuke sportartikelen, heeft elk lid van ons team een trainingspak kunnen aanschaffen voor een prikkie. Een tweedelig pak van Hummel. Zwarte broek, grijs jasje. Iedereen gebruikt het anders. De één slaapt erin, de ander smoked zijn jointjes erin en weer een ander draagt ze op de wedstrijddagen. Van de achttien verschenen er drie mee op de training. Je raadt het al he?! Inderdaad! Benni, Jonathan en Erik. Stonden ze voor aanvang van de training naast elkaar. De één kijkt de ander aan: Heb ik dat? Een glimlachje kon er nog net vanaf.

Joe heeft zich bescheurd van het lachen. Terwijl de rest van de groep de knieën hief en met de armpjes zwaaide, hakte ik me door de warming-up. Ik maakte mijn eigen gabbermix. Alle oldschool hardcore nummers passeerden de revu. Van 'Aquaaariuuuus' tot 'Daar is gabbertjeeeh!' Gelukkig konden de hoofdpersonen het wel waarderen. Het filmpje hierboven is voor jullie jongens. En woensdag gewoon weer dat pakkie aan, hè?

Reetklachten

Joe's bilspieren staan op knappen en daardoor loopt ie als een door twee negers bewerkt sletje over straat. 'Je loopt ineens met O-benen', merkte Johnny gisteren op, niet wetende dat mijn achterwerk al twee dagen in vuur en vlam staat. Ik zal het even uitleggen, voordat ik de grappen vanavond op het terras of bij de vereniging naar de oren krijg geslingerd.

Eens in de week ben ik sparringspartner van Matti en/of Gaby. Dan gaan we een potje tennissen zodat zij geen Sugar Lee Hooper-achtige gewichten bereiken. De tennisbanen waren woensdag echter bezet. Matti kwam daarop met het geniale idee om een potje te gaan squashen. Achteraf kan ik hem daar wel voor schieten. Maar goed, we begaven ons, nadat Gaby tien minuten met de dame achter de bar had staan discussieren over een balletje met één of twee puntjes, naar de squashbanen. Anderhalf uur lang leefden we ons uit met twee peervormige rackets en een rubberen balletje. Routinier Gaby liet ons alle hoeken van baan 12 zien en was daarom als eerst uitgeput. Het lijkt me niet dat hij dat gespeeld heeft.


Matti en ik verlieten de baan zo'n twintig minuten later. Gaby kwam vanuit de kantine aangesjokt met een flesje Spa blauw. 'Total-loss', roep ik. Gaby lacht. 'Ik kan niet meer', kreunt Matti. Gaby lacht opnieuw. 'Wacht maar', zegt de squashkoning dan. 'Morgen hebben jullie last van de reet, niet normaal meer.' Matti en ik kijken elkaar verbaasd aan. Een paar potjes squash en je krijgt last van de achtergevel? We hebben toch niet op dat racket gezeten?

Maar nu begrijp ik dus wat Gaby bedoelt. Vanochtend kreeg ik mijn billen nauwelijks van het bedlaken. Matti belde, maar ik stond te douchen (lees: mijn reet te masseren). Die heeft ook last van de anus, bedacht ik me bij het zien van zijn naam op mijn toestel. Joe bellen en aan de overkant van de lijn begon het gekreun: 'Johan, dit is niet normaal meer. Vanochtend viel het nog mee, maar het wordt steeds erger.'

Ik kan pas sinds een jaar of twee spreken van een achterste. De laatste tijd heb ik achterin wat extra pondjes gekweekt. Daardoor heb ik de afgelopen twee dagen de pijn ook kunnen voelen. Maar bij Matti, wiens ass je kunt vergelijken met die van Serena Williams, moeten de billen dan helemaal op een kookplaat gelegen hebben. Ik heb met hem te doen. Dus Gaby, ik denk dat we het voortaan maar bij tennis laten. Scheur ik de riempjes in mijn reet niet af en gaan de flink opgepompte airbags van Matti ook wat langer mee.

13 oktober, 2009

Baardgroei

Een Talibanstrijder zou jaloers zijn op mijn baardgroei. Ik word er strontziek van. Heb je de wangetjes eindelijk gladgestreken, kom je terug uit Zwolle, zijn de stoppels alweer zichtbaar.

Joe haat scheren. Alleen omdat ik geen zin heb om het scheermes over het scheerschuim en de daaronder liggende takken te laten glijden. Dus stel ik het zo lang mogelijk uit. Dat houd ik maximaal zes dagen vol. En dan begint het jeuken. Alsof ik met mijn gezicht in de brandnetels ben geflikkerd.

Zes dagen? Ja, het is helaas niet zoals bij de Hollanders. Begin november de haartjes op je gezicht weghalen en dan de scheerset opbergen tot een dag voor Kerst. Op 24 december komt de Mach3 weer tevoorschijn.

Vijftig dagen zonder te scheren, geen enkel probleem. Moet ik eens doen, stroomt mijn mailbox bij de derde ongeschoren week vol met aanbiedingen van Al Qaeda en Hezbollah. Enfin, niet zeuren dus als Joe een onverzorgd baardje heeft staan. Je weet waarom dat is!

11 oktober, 2009

Down (ten) Under

Blijven volhouden meneer Van Marwijk. Niet toegeven hoor. Niet bekennen dat het tripje naar Australië net zo nutteloos was als de Amerikaanse inval in Irak. Veertig uur hebben onze stervoetballers in de wolken gehangen om anderhalf uur achter een stel lamme kangoeroe's aan te huppelen. En het ergste, Nederland keert terug met de stand waarmee het vertrok: 0-0.

Wat moet dat een lange reis terug zijn. Frank de Boer leest in de superdeluxe Airbus de Telegraaf van twee dagen eerder waarin nog druk wordt gespeculeerd over welke elf namen Van Marwijk in Sydney de wei in zal sturen. De Boer plant zijn gebruinde elleboog bij zijn naar buiten starende leermeester in de zij. 'Hey Bert, moet je dit zien. Ze dachten echt dat we met Dirk in de punt zouden beginnen. Zijn ze er toch mooi ingetrapt.' Bert stoïcijns: 'Hadden we dat maar gedaan Frenk, dankzij onze houten Klaas is de trip voor niets geweest. Heb geen doelpunt gezien hoor.'

Piet Velthuizen krijgt niets van die conversatie mee. Die is na een dut van vier uur eens een kijkje gaan nemen in de cockpit. Joris Mathijsen zit naast de Vitesse-goalie. Ze bestoken de piloten met vragen, als een stel brugklassers dat zich heeft opgegeven voor een workshop lange-afstand-vliegen.
Joris: 'Hoe stijg je op?'
Piet: 'Ja, en op welke knopjes druk je als we straks over 9,5 uur landen?'
Joris: 'Doen jullie alleen lange vluchten of vliegen jullie bijvoorbeeld ook van Amsterdam naar Hamburg?'
Piet weer: 'Val je dan niet in slaap bij die lange reizen? Ik word net wakker, maar ik hoor Khalid, Raf en Johnny nu al vijf uur snurken!'

Heitinga slaat na zeven uur vliegen het geruite dekentje van zich af. De verdediger aait met zijn vingerkootjes de slaap uit zijn ogen. Beduusd kijkt hij naar buiten. Een flinke wolkenlaag bedekt het landoppervlak. 'Demy, waar zijn we?' De Zeeuw: 'We vliegen boven Mongolië. We zijn bijna op de helft, dus het schiet al aardig op.' 'Nou?', pareert Heitinga, 'het duurt anders wel een eeuwigheid.'

Het kan zich maar zo nu afspelen. De wedstrijd zit er bijna 24 uur op, maar onze nationale helden zijn nog niet terug. Op de terugkeer op nationale bodem hoeven ze zich overigens ook niet te verheugen. Jetlags gaan (heeeeel verrassend) roet in het eten gooien. Dirk Kuyt wil Bassie (zijn lichtbruine JackRussell) uitlaten, maar ploft neer op de bank en is zo vier uur verder als hij wakker wordt. Sneijder en Yolanthe spelen graag Mikado, maar de meest sexy vrouw van Nederland komt bedrogen uit als ze denkt dat haar nieuwbakken lover bij thuiskomst begint met het optillen van één van haar onderste ledematen. Daar komt ze in de auto al achter. De eerste twee minuten mompelt de kleine macho nog wat terug, maar daarna praat de ex van Jantje Smit een kwartier lang tegen de getinte ramen van de Porsche Cayenne TurboS. Als ze opzij kijkt weet ze waarom. 'gggghhh', klinkt het vanuit de stoel van de bijrijder.

De gevolgen gaan nog verder hoor. Van der Vaart moet meetrainen met de A1 van Real Madrid, maar kan zich daar onder toeziend oog van trainer Pelligrini niet onderscheiden. Louis van Gaal mist Edson Braafheid op de training. Vrijdagmiddag rond een uur of drie, een dag voor Bayern's competitiewedstrijd tegen Freiburg, besluit de succescoach, tegen zijn regel in, maar eens contact op te nemen met Braafheid. Woedend neemt die de telefoon op. 'Trainer, ben je gek geworden? Het is vier 's nachts, je gaat op dit tijdstip toch niemand bellen?'

En dan is er nog Orlando Engelaar. Die maakt het helemaal bont. In een slaapbewandeling komt de middenvelder terecht op de Herdgang. Bijna niemand te bekennen. Op de achtergrond werken Stef Nijland en Jonathan Reis zich uit de naad met spitsentrainer René van Eijckelkamp, maar verder ligt het bemiste trainingscomplex er erg verlaten bij. De oud-international sjokt richting Engelaar. 'Orlando, wat ben je vroeg. Het is negen uur, jullie trainen om één uur. Dat weet je toch? En wat heb je aan jongen? Ik doe mijn pyama altijd uit als ik ga werken hoor. Maak dat je wegkomt.'

De spelers zijn gesloopt, op een paar na. Robin van Persie wordt pas over drie weken vader, maar heeft een Britse gynaecoloog een fax naar de KNVB laten sturen waarop te lezen valt dat vrouwlief Bouchra op 9 oktober hoort te bevallen. Een adv'tje kreeg 'ie van de bondscoach. Die moet zich dus bescheurd hebben van het lachen toen hij Elia voor de zoveelste keer tevergeefs zag sprinten bij een te lange bal van Heitinga. Gregory van der Wiel faket in Kerkrade een hersenschudding en ontloopt zo de nutteloze trip naar Oceanië. Op een concert van Lil Wayne valt toch veel meer te beleven? Zo is dat! En daarvoor hoef je niet eens 'in cognito' Greg, gelijk heb je!

11 september, 2009

Peuterleider

De verjaardagen van mijn neefjes en nichtjes kunnen vergeleken worden met een dagje vertoeven in een kinderdagverblijf. Na donderdag kan ik dan ook de functie van peuterleider toevoegen aan mijn CV.

De verjaardag van Dani, tweede zoon van mijn op één na oudste broer, begon (ik had het graag anders gezien) met een stukje heropvoeding. Mams en ik waren de auto nog niet uitgestapt of de voordeur ging open. Helemaal niet erg, als je als Jarige Jop verheugd bent met de komst van je oom en oma. Dat kon ik alleen niet echt uit Dani opmaken. Als die kleine kijkertjes van hem konden prikken, had ie tientallen gaten gehad in zijn nieuwe Ajax-dekbed. En dus dwong hij mij tot het uitstellen van de felicitaties. 'Dani, het cadeau rent echt niet weg. Als je de deur opent, begin je te zeggen dat je het leuk vindt dat de gasten zijn gekomen. En dan volgt het cadeau vanzelf.' Hij knikte nederig, uit angst dat ik het cadeau niet meer zou overhandigen. Het is dat we op die leeftijd allemaal van die hebberige trekjes vertoonden, anders had deze kleine opdonder diezelfde avond gewoon weer zo'n grauwgrijs HEMA-laken over zich heen getrokken.

Een wat geforceerd begin, maar het ergste zou nog komen. Beter had ik Dani direct zijn cadeau in zijn hand gedrukt, mijn patta's en dubbelzijdige jacket de hoek in gesmeten en was ik als Hulk Hogan de woonkamer binnengestormd. In een hel kwam ik. Alsof je je balkondeur opent, de gordijnen lostrekt en een tsunami op je af ziet komen.

Het laminaat was nu nog net zichtbaar, maar over een jaar of drie denk ik dat mijn broer er goed aan doet De Efteling af te huren. Kunnen alle puzzels, computergames en barbiepoppen in de kast blijven, hoeven de balafdrukken niet van de ramen gepoetst te worden en draait de frituurpan ook geen overuren.

Hoe kan dat dan? Nou, mijn schoonzus komt uit een konijnenfamilie. Haar broers en zussen lusten er wel pap van. Nog geen dertig jaar, maar al wel drie of vier kinderen. En dan zijn ze met elf kinderen. Zes of zeven zijn gesetteld en al, dus ga maar na. Zeven maal drie.. Afijn, het was een drukke bende. Dat valt op, als je ze allemaal in een doodgewoon rijtjeshuis drukt.

Joe heeft er nog hoofdpijn van. Nou moet ik alleen niet generaliseren, want een aantal gedroeg zich voorbeeldig. Er zaten een paar poppetjes tussen hoor. Een uur lang wipten ze zonder een woord te zeggen heen en weer op de schommel. Geef ze een waterijsje en die kleine stembandjes bevriezen. Die schele oogjes laten de lekkende Fruit-Joy niet meer los.

Wat je ook altijd ziet bij kinderen, zijn baasspelers en meelopers. Eén jongedame, meestal een jaar of tien oud, zwaait de scepter en leest de iets jongere kids de les. 'We gaan vadertje-moedertje spelen. Ik ben de moeder, er is geen vader en jullie zijn allemaal mijn kinderen. Luisteren naar wat mama jullie zegt, ok? Nee Michel, we doen zonder vader. Waarom? Omdat ik dat zeg. Hij is al lang dood, nou goed? Kom op. Stephanie, jij haalt even een paar pannen bij tante Mirjam. Natasha, zoek even een doosje dat we als televisie kunnen gebruiken.' Zonder gemopper luisterden ze naar mama Lisa, de dirigente. Joe kon er wel om lachen. Al had ik het ook niet erg gevonden als één van die kleine tuigjes haar uit het niets een tik op bek had verkocht. 'Je gaat mij niet vertellen wat ik moet doen, kutwijf.'

Dan heb je Jozef en Ruben nog. Jozef en Ruben zijn ongeveer even oud. Guess what? Jozef is de oom van Ruben. Hoe kan dat? Ja, dat kan. Waar het op neerkomt is dat bij moeder en dochter ongeveer op hetzelfde ogenblik de stroom is uitgevallen. Dertien jaar later staan er twee trendgevoelige pubers in de achtertuin met een bal onder de voet. Afgezakte broek, felgekleurde patta's en misschien wel hét kenmerk van de huidige hangjongeren: vier vingers in de broekzak en de duim erboven. Ze doen weinig. Zo nu en dan trachtten ze er een 'akka' uit te gooien, dan zetten ze het petje recht (scheef dus) en verder staren ze hun kleine neefjes en nichtjes na.

Een aantal vrouwen heeft net de kraamafdeling verlaten en draagt een pasgeboren baby mee. Drie tel ik er. De één krijst als een kraai, de tweede zuigt aan een knop en de laatste is in dromenland. Dan blijft er nog één dreumes over: Elias. Een ventje van drie met flapoortjes, krullend donker haar en een met chocolade besmeurde mond. Elias draagt een leuke tuinbroek en leuke sportschoentjes. Ik heb me bescheurd om die jongen. Elias heeft een structureel probleem, namelijk dat hij moeite heeft overeind te blijven. Met Ruben en Jozef lach ik in een deuk toen hij over een tuinlampje viel. Tien tellen later lag Elias weer languit, ditmaal had 'ie het drempeltje over het hoofd gezien. En gewoon weer opstaan he. Zonder gehuil, met de handjes het vuil van de knietjes slaan en doorlopen.

De volgende verjaardag is in april. Dan wordt Ruben veertien. Of ik er dan bij ben? Ik weet het niet. Denk niet dat ze mij zullen missen..

19 juli, 2009

'Wat studeer je?' (2)

'Ik zal maar niet vragen wat je studeert', was de oh zo originele openingszin van mijn trouwe webloglezers de afgelopen dagen. Ik kon er wel om lachen. Dan denken ze dat ik liever niet praat over mijn studie. Dat is niet waar. Wat ik met het vorige blog eigenlijk duidelijk wilde maken, is dat je niet bijster intelligent hoeft te zijn om met mij een eind weg te lullen over het vak journalistiek. Wek alleen de indruk dat je oprecht geïnteresseerd bent in mijn vakgebied. Dat je dan nog zo dom bent als een ezel, is niet eens zo erg. Dít overkwam me laatst en ik kan het nog niet geloven.

Paps schreeuwt me wakker. 'Johan, er is visite. Kom zo snel mogelijk beneden.' Een paar tellen later slenter ik, in mijn hoofd al speculerend over wie er in de woonkamer kan zitten, de trap af. Is het een neef of nicht uit Zweden, die onaangekondigd de familie is komen bezoeken? Of zijn het verre kennissen, die een stel pubers mee hebben, dat er verveeld bijzit en vermaakt moet worden?

Het bezoek was afkomstig uit Zwitserland. Had Mr. Inan een handgemaakte Rolex besteld? Nee! Het waren kennissen. Een man van ongeveer 65 jaar die zijn dochter van rond de 25 bij zich had.

De man is druk aan het gebaren richting mijn vader. Het gaat niet over koetjes en kalfjes, merk ik als ik onderaan de trap vluchtig nog een keer in de spiegel kijk. De Zwitserse man (uiteraard ook van Aramese komaf) lucht zijn hart bij mijn vader, die zich door de jaren heen een beetje heeft ontpopt tot de Dr. Phill van onze gemeenschap. Familieproblemen, dat kan niet anders.

De man ziet mij uit zijn ooghoek verschijnen. Zijn sombere blik verandert in een vrolijke, sympathieke. Hij onderbreekt de conversatie met mijn vader, staat op en geeft me een warme knuffel. Zonder dat ik een woord met hem gewisseld, heb ik al bewondering voor hem. Vaak genoeg heb ik meegemaakt dat er een arrogante kwal zat die me een hand gaf zonder me aan te kijken. Uit angst dat 'ie zijn woorden zou vergeten ofzo..

'Weet je wie het is?', vraagt paps. 'Natuurlijk', zeg ik. 'Uit Zwitserland toch?' Pap knikt en is zichtbaar trots dat ik hem heb herkent. Mijn vader is een aparte wat dat betreft. Ik ken hem door en door. Als ik de woonkamer binnensjok, heb ik aan een klein beetje oogcontact genoeg om te kunnen zien of hij blij is met de bezoekers of niet. Is hij dat wel, dan zet hij een grijns van oor tot oor op en is hij dat niet, dan blijft hij rustig zitten en staart 'ie als een zombie voor zich uit.

Ik meen dat het 2002 was, toen ik met mijn ouders op bezoek was bij deze mensen uit Zwitserland. Hun gastvrijheid is me bijgebleven. Daarnaast herinner ik me dat ze een zoon hadden van mijn leeftijd. En dat klopt. De lieve meneer vertelt over zijn gezin. Zeven dochters had 'ie al, toen God hem een gezonde zoon schonk. Die jongen blijkt een maand jonger dan ik.

De aardige meneer bedelft mijn ouders onder de lofuitingen. 'Zelden heb ik zulke lieve en gastvrije mensen als jullie meegemaakt. De manier waarop jullie ons toen hebben opgevangen, zal ik nooit vergeten.' Mijn moeder kaatst de bal netjes terug. 'Jullie zijn geweldige mensen en wij zagen het als onze plicht. Het waren prachtige tijden en het is jammer dat we elkaar nog zo weinig zien.' Mijn vader knikt bevestigend en zegt dan droog. 'Misschien moeten we maar naar Zwitserland verhuizen?'

Als mijn ouders en hun gast geen lovende woordjes meer kunnen vinden, krijgt het gesprek een voorspelbare wending. Terwijl mijn moeder, die aan de wandel is geslagen met de lege kopjes koffie, op de achtergrond nog wat namompelt, begint de man over mijn studie. Hij kijkt me lief aan en vraagt wat ik studeer. De nieuwsgierigheid druipt van het verrimpelde koppie.

- 'Jour-na-lis-tiek', zeg ik met extra nadruk op elke lettergreep.
* 'Journalistiek?'
- 'Televisie, radio, krant'
* 'Ah, natuurlijk. Journalistiek.'

Een wat stroef begin. Maar de man blijft mij bestrooien met vragen, terwijl hij toch voor iets heel anders bij mijn ouders heeft aangeklopt. Eén van zijn dochters ligt in scheiding. Die kans heb je natuurlijk als ze alle zeven al in het huwelijksbootje zijn gestapt. Niet dat mijn vader er ervaring mee heeft, maar de jongen waarmee ze in de clinch ligt, komt uit Enschede en is ook een bekende van ons. Daardoor is mijn vader de gedoodverfde bemiddelaar.

Afijn. Mr. Swiss wil meer over mijn studie weten en ik besluit om hem duidelijkheid te verschaffen met iets dat hij uit zijn eigen belevingswereld zal herkennen. Als toekomstig sportjournalist is er maar één link te bedenken als je een Zwitser wil vertellen over jouw vak. Inderdaad: Roger Federer. Gaan we weer!

- Er loopt er eentje bij jullie rond die ik ooit te pakken zal krijgen.
* Wie?
- Roger Federer!
* Roger wie?
- Roger Federer, de beste tennisser ooit.
* Ken ik niet. Nog nooit van gehoord.
Die houdt me voor de gek, denk ik. Dat kan niet. Iedereen op planeet aarde weet wie Roger Federer is. Hebben deze mensen de laatste tien jaar in een grot gewoond? Wonen ze op het hoogste punt in de Alpen waar geen krantenjongen kan komen op zijn fietsje? Ik ga nog net niet met mijn handen door mijn haar. Dit kan toch niet!

Het ergste komt dan nog. Dan kijk je links uit en reken je op een bevestigende knik van de dochter. Op een bescheiden manier, met één hand onder de kin. Met een glimlach zo van, 'ik ken 'em wel hoor. Maak je verhaal maar af.' Maar nee hoor. De jongedame schudt d'r hoofd ook van links naar rechts. Een meid met ongeveer dezelfde leeftijd. Wellicht heeft ze ooit nog met hem geknikkerd, of zaten ze samen op zwemles. Nee hoor, al sla je d'r dood. 'Roger Federer, ik zou het echt niet weten.'

Ik sta perplex en weet even niet waar ik het zoeken moet. Dan, als ik wat ben afgekoeld, rond ik onze haperende conversatie subtiel af en geef ik onze lieve gasten met mijn vader de gelegenheid over te gaan tot de orde van de dag. Geen Roger Federer, denk ik.

15 juli, 2009

'Wat studeer je?' (1)

Die bruiloften hè. Ik wist dat ik me weer groen en geel zou ergeren aan bepaalde personages. En dan ben ik nog maar op de helft. Vrijdag en zaterdag is het waarschijnlijk weer raak.

Weet je waar ik een bloedhekel aan heb? Mensen die quasi-geïnteresseerd naar mijn opleiding vragen. Ze willen de tijd doden of ze zien zich verplicht een gesprek met je te starten omdat alle andere potentiële gesprekspartners al een kletsmaatje te pakken hebben. Proberen ze zich eerst in een ander gesprek te wurmen, trekken ze zich lachend terug, nemen ze eerst nog een slok van hun wodka red bull en dan rapen ze alle moed bijeen om een babbeltje te maken met die jongen veel minder verbale steun behoeft dan zijzelf. En dan krijg je dit soort kansloze gesprekken:

A) Mr. Predictable
- Wat studeerde je ook alweer?
* Journalistiek!
- Oh ja, dat zei je toen. Hoe lang moet je nog?
* Twee jaar, schat ik.
- Ok, en bevalt het een beetje?

B) Mr. ikzitalzesjaarophetMBOwantanderskrijgikgeenstudiefinanciering 
- Welke opleiding doe je?
* Journalistiek
- Elel, de nieuwe Johan Derksen.
* Haha nee joh, denk het niet.
- Wat dan,  mag je hem niet. Hij is lijp. Niemand kan tegen hem op

C) Mr. Hopeless  
- Welke school zit je?
* Windesheim, Zwolle.
- Is dat Universiteit?
* Nee HBO.
- Ok, wat leer je?
* Journalistiek.
- Journalistiek... Oooh, van journaal enzo.

Vraag dan niks als je het zo opvallend onopvallend brengt. Klets met me over de sluier van de bruid, de waardeloze bediening of de plafondversiering. Maar ga aub niet doen alsof je 's nachts niet in slaap komt omdat je niet meer weet welke opleiding Johan doet.