25 november, 2008

Three of a kind: 31. Waarvoor leiden we nog op?

Jit & Wil, ik weet niet goed hoe ik beginnen moet. Ik heb namelijk heel wat uit te leggen. In verband met de drukte op school (we produceren tegenwoordig halve porno-bladen) en een inzinking door de ziekte van Pfeiffer, dateert mijn laatste t-o-a-k alweer van september 1871 en dus is het hoog tijd om onze vaste lezers weer eens te verwennen. En ik moet zeggen dat ze dat ook wel verdiend hebben. Ik had namelijk niet verwacht dat zoveel vrienden en familieleden vrije tijd opvullen met het lezen van mijn weblog. Tientallen van hen confronteerden mij de afgelopen weken met mijn verjaarde weblog. Hoog tijd om opnieuw te vlammen dus!

Aan het onderwerp zal het daarbij niet liggen. Jitse verrast me keer op keer met een actueel en tegelijk origineel onderwerp. Ditmaal mag ik mijn licht laten schijnen over de 6+5-constructie die door FIFA-baas Sepp Blatter werd voorgesteld en vervolgens steun kreeg van UEFA-voorzitter Michel Platini. De 6+5-regel houdt in dat clubs in de toekomst minimaal zes spelers moeten opstellen die uit het eigen land komen. Om te beginnen in het seizoen 2010/2011 met vier ‘binnenlandspelers’. In 2011/2012 moeten dat er vijf worden en uiteindelijk in 2012/2013 speelt elke Europese club als het goed is met zes spelers uit eigen land. Het restant van het basisteam mag uit het buitenland gekocht zijn.

De constructie is bedoeld om de clubs met een goede jeugdopleiding te belonen en te voorkomen dat zij leeggeplunderd worden door de kapitaalkrachtige Europese grootmachten. Kleinere voetballanden gaan namelijk ten onder aan de commercionalisering in het voetbal. In Engeland en Spanje vangen clubs alleen al exorbitante bedragen voor het feit dat de samenvattingen van hun wedstrijden worden uitgezonden. Daarnaast zijn banken bereid de grootste clubs, die over honderden miljoenen aan onderpand beschikken, veel geld te lenen. De flappen worden geïnvesteerd in Europese topspelers. Real Madrid kocht Wesley Sneijder voor ongeveer 25 miljoen, Liverpool was een paar miljoenen minder kwijt voor Babel, Arsenal haalde Samir Nasri op bij Olympique Marseille en José Mourinho haalde landgenoot Ricardo Quaresma over om Sporting te verruilen voor Internazionale.

En zo gaat het dus al jaren. Het kooplustige gedrag van de Europese topclubs, die zich dat lijken te kunnen permitteren, brengt clubs uit kleinere voetballanden in een negatieve spiraal. Ze leiden grote talenten op, stomen ze klaar voor het grote werk en net wanneer ze er de vruchten van willen en kunnen plukken, komt een club uit Engeland, Italië of Spanje een zak geld neerleggen voor het zelfopgeleide toptalent. Het heeft wat weg van de tijd van het imperialisme. De grote landen legden beslag op de kleinere landen om er te kunnen profiteren van de grondstoffen en ander handelswaar. De kolonies werden met de rug tegen de muur gedrukt omdat ze niets in te brengen hadden tegen de militaire grootmachten. Zo is het ook in het voetbal, waar clubs die aan de weg timmeren keer op keer leeggeplunderd worden door de voetbalgrootmachten. De nationale titel is voor deze subtoppers vaak het hoogst haalbare. Tegen de tijd dat clubs als Ajax, Olympique Lyon en Sporting Portugal Europees gezien een rol van betekenis denken te kunnen spelen, hebben de drie grootste spelers de club alweer verlaten om aan te schuiven bij een club dat wel meedingt om de grote internationale titels.
Ondertussen groeit de kloof. De grote clubs verdienen het geïnvesteerde geld aan spelers zo terug door de merchandising. Real Madrid kocht in twee jaar tijd Wesley Sneijder, Arjen Robben, Rafael van der Vaart (en Royston Drenthe). Bijna honderd miljoen was de club kwijt aan de vier Nederlanders. Het geld werd met de merchandising echter zo terug verdiend. De shirtjes met de namen van onze landgenoten achterop vlogen over de toonbank, sponsors meldden zich spontaan en de Spaanse grootmacht wist het afgelopen seizoen de nationale titel te prolongeren. Het geld komt dus snel genoeg terug in het laatje.

De lijst bij Ajax is langer dan bij welke club dan ook. De Amsterdammers raken ieder jaar één of meerdere zelfopgeleide spelers kwijt aan rijke Europese clubs. Kluivert, Davids, Seedorf, Bogarde, Van der Sar, Van der Meyde, Van der Vaart, De Jong, Sneijder, Babel en Heitinga, allemaal keerden ze de club die hun grootbracht de rug toe om hun geluk te beproeven bij een club waar ze minimaal twee keer zoveel zouden gaan verdienen. En in de meeste gevallen telde hun nieuwe werkgever een aantal miljoenen, verkregen uit de enorme tv- en sponsorgelden, neer.
Arsenal speelde onlangs in het kader van de Champions League tegen FC Porto. Arsène Wenger stuurde de volgende elf namen het veld op: Flamini; Sagna, Gallas, Touré, Clichy; Walcott, Fabregas, Denilson, Nasri; Adebayor en v. Persie. Zoek de Engelsen en je bent heel snel klaar. Alleen Theo Walcott speelt namelijk voor een club uit zijn vaderland. Deze voorbeelden pleiten voor de nieuwe constructie van Blatter en Platini.

Mijn voorbeelden laten denk ik goed zien dat er van eerlijke concurrentie allang geen sprake meer is. Kleine clubs worden uitgebuit terwijl grote clubs met geld kunnen blijven smijten om de selectie van nieuw elan te voorzien. Door het aantal buitenlanders terug te brengen worden de clubs uit Engeland, Italië en Spanje gedwongen zich te richten op de eigen markt en andere landen 'met rust te laten'. Bij Arsenal en Liverpool kwamen negen van de tien aankopen de afgelopen jaren uit het buitenland. Met de 6+5-regel zal het aantal buitenlandse aankopen flink teruggebracht worden. Clubs uit kleinere voetballanden kunnen spelers iets langer aan de club binden en zo eindelijk een representatief team smeden om een gooi te doen naar de Champions League. Zelf opleiden heeft weer zin en kleine clubs zullen het gevoel krijgen dat de overuren die zij besteden aan de jeugd het eindelijk waard zijn. Clubs als Ajax, Feyenoord, FC Twente, FC Porto, Sporting Portugal, Olympique Lyon enz. leiden nu niet voor zichzelf op, ze leiden op voor Internazionale, Arsenal, Liverpool, FC Barcelona, Real Madrid, Manchester United, Chelsea, Bayern München en straks ook Manchester City.
Ik ben dus groot voorstander van het voorstel van Sepp Blatter Jitse. De kloof tussen grote en kleine clubs moet nu eens teruggebracht worden. Momenteel is nauwelijks zichtbaar welke club nou beschikt over de beste jeugdopleiding. Dat is jammer. Ik weet namelijk dat Nederland, en dat zagen we in 1995 al, dan hele hoge ogen gooit. Elders in Europa en Zuid-Amerika geeft een jeugdtrainer zijn jonge spelers mee dat een pass moet aankomen. 'Binnenkant voet', hoor ik de trainer van de C-jeugd van Chelsea al zeggen. In Nederland gaan we veel verder dan binnenkant voet. Die fase hebben we in de F-al gehad. De D-jeugd krijgt hier al mee dat ze op het 'goede been' van de medespeler moeten inspelen en het liefst ook nog in de loop omdat dat de snelle balcirculatie ten goede komt. In de C-jeugd gaan we een stap verder door de talentjes mee te geven dat ze ingedraaid moeten staan, in de B ligt de nadruk op de vooractie en weer twee jaar later leert een speler dat de linies bij balverlies dicht op elkaar moeten spelen om de tegenstander geen ruimte te verschaffen. Daar komen ze aan de andere kant van de Noordzee echt niet op hoor. Dat wordt er pas ingegoten als die jonge Engelse gastjes van Arsenal en Liverpool mogen meetrainen bij resp. Arsène Wenger en Rafael Bénitez.

Tot slot wil ik nog even wijzen op FC Barcelona. De meeste Europese topclubs moeten straks, als het allemaal doorgaat, heel wat creatiever worden in hun aankoopbeleid. Barça heeft echter niets te vrezen. De Catalanen beschikken over een selectie dat stikt van de zelfopgeleide spelers. De ook zelfopgeleide trainer Pep Guardiola kan in een competitieduel met pak en beet Almeria UD kiezen voor de volgende formatie. Victor Valdes (Spanjaard, zelf opgeleid), Dani Alves (Braziliaan, Spaans paspoort), Carles Puyol (Spanjaard, zelf opgeleid), Gerard Piqué (Spanjaard, zelf opgeleid), Sylvinho (Braziliaan, Spaans paspoort), Xavi (Spanjaard, zelf opgeleid), Andrés Iniesta (Spanjaard, zelf opgeleid), Sergio Busquets (Spanjaard, zelf opgeleid), Lionel Messi (Argentijn met Spaans paspoort en zelf opgeleid), Samuel Eto'o (Kameroen, Spaans paspoort) en Bojan Krkic (Spanjaard, zelf opgeleid). Een opstelling met zeven Spanjaarden en maarliefst acht zelfopgeleide spelers. Ik vind dat bewonderingswaardig. Van FC Barcelona mag de 6+5-constructie direct ingevoerd worden en ook ik kan niet wachten...

Zo, ik hoop dat ik mijn improductiviteit van de afgelopen weken een beetje heb gecompenseerd met dit pleidooi voor wat ik hoop een revolutie gaat worden in de voetbalwereld. En ik beloof bij deze jullie de weblog niet hoeven weg te halen bij jullie favorieten. Ook Wilco niet. Wat fijn om mijn stadgenoot weer te kunnen laten zweten. In Limburg zijn de rapen gaar Wilbert. Bij Roda JC wordt de geldkraan dichtgedraaid door Nol Hendriks en iets zuidelijker in Sittard kunnen de lonen van de spelers nauwelijks nog uitgekeerd worden. Ook hier in de buurt worden we met mogelijke fusies geconfronteerd. FC Twente en Heracles Almelo bundelden de krachten al wat betreft de jeugdopleiding, en bij jou in de wijk wordt volop gespeculeerd over een FC Diekman. Een fusie tussen De Tubanters, Zuid-Eschmarke en ik meen ook Sportclub Enschede. Hoe kijk jij aan tegen fusies? Is het niet jammer dat er een stukje traditie verloren gaat? Is FC Diekman een serieuze optie? Wat zou je ervan vinden als de Tubanters Tubanters niet meer is en jij wekelijks in het clubgebouw van aartsrivaal SC Enschede te vinden bent? Heb jij, onderzoeksjournalist pur sang, nog pikante voorbeelden van (potentiële) fusies waar wij (nog) niets van meegekregen hebben? Afijn, vul het op jouw manier in en verras ons. Gegroet JI

07 oktober, 2008

Peking (3): Omhelzing van twee iconen

Mijn trilogie over Peking staat nog altijd. Ik noemde al het laffe gedrag van de media tijdens de Spelen. Altijd barsten ze van de kritiek, maar toen het moment daar was om een politiek statement te maken over de situatie in Tibet, hielden ze zich koest. Daarna maakte ik een compilatie van de emoties tijdens de spelen. Verdriet, arrogantie en vooral vreugde somde ik daarin op. In het laatste deel pik ik het mooiste moment van de Spelen eruit en dan kan het boek Peking wat mij betreft dicht.

Sporters zijn topsporters als ze weten te pieken wanneer ze moeten pieken. Topsporters worden iconen als ze jarenlang heersen en blijven verbazen. Neem Roger Federer of Zinedine Zidane. Topsporters worden ook iconen als de weg naar een titel erg lang is geweest. Zo zijn er tig voorbeelden van sporters die na jarenlang blessureleed terugkrabbelen. Sporters die na ernstig familieleed terugkeren op het oude niveau. Ook zijn er sporters die afrekenen met een ernstige ziekte om vervolgens ook nog eens de beste te worden in hun tak van sport.
De van kanker herstelde Lance Armstrong is daarvan natuurlijk hét voorbeeld. Maar de wielrenner, die zijn fiets onlangs weer uit de schuur haalde, heeft inmiddels een waardige opvolger. De Nederlandse zwemmer Maarten van der Weijden won de strijd tegen leukemie, een soort van bloedkanker. De iconenstatus verwierf hij vervolgens in Peking door de 10km te winnen. Niet alleen bij mij oogstte hij daarmee bewondering. De reactie van Pieter van den Hoogenband was legendarisch.

VDH fungeerde tijdens de race als commentator bij de NOS en hij kon zijn geluk enkele tientallen meters voor de finish al niet op. 'Hij doet het', klonk het een keer of tien uit de mond van de voormalig Olympisch Kampioen. Na die woorden haastte de Eindhovenaar zich naar het het meer om de nieuwe Olympisch Kampioen op te wachten. Van der Weijden was het 'bad' nog niet uit of zijn trainingsmaatje vloog hem in de armen. Die knuffel had alles. Een knuffel van: 'Als iemand dit verdient, ben jij het wel.' En zo is het maar net, respect voor Maarten van der Weijden.

22 september, 2008

Vergeten voetballer: 10. Mr. Dreadlock, Taribo West

Bedankt en sorry zeg ik tegen mijn weblogvrienden. Ik wist namelijk niet dat een kleine maand zonder nieuwe berichten op mijn weblog voor zoveel commotie zou zorgen. Telefoontjes, sms'jes en e-mails heb ik gekregen vanwege het feit dat mijn site niet echt 'up to date' meer is. Mijn uitleg is simpel: School maakt voorlopig meer kapot dan mij lief is. Mijn excuses en ik zal proberen het de komende weken weer dubbel en dwars goed te maken.

Na weken, maanden misschien wel, wordt het tijd dat ik de rubriek 'vergeten voetballer' afrond. Als het goed is heb ik straks tien (ex-)profvoetballers een beetje uit de anonimiteit getrokken. Niet dat ze nu in eigen land een standbeeld oplevert, maar als jullie keer op keer een 'oh ja-gevoel' hebben gehad, is deze rubriek voor mij geslaagd geweest.

De laatste in de serie van tien is eens niet geselecteerd om zijn voetbalkwaliteiten, postuur, mentaliteit of bicycle-trick. Ditmaal heeft de haardracht van een speler de doorslag gegeven. Door de honderden uren arbeid die deze prof in zijn kapsel heeft gestoken, krijgt hij van mij een klein eerbetoon. Dat is ook wel het minste wat ik voor hem kan doen.

De naam luidt Taribo West. Nigeriaan van komaf en een carrière waar hij met gemengde gevoelens naar terug zal kijken, denk ik. Zo kwam hij uit voor de grote twee uit Milaan, maar wordt het lijstje verder opgevuld door clubs waar voetbal van het niveau Bon Boys Haaksbergen wordt gespeeld. De inmiddels 34-jarige West toonde zijn dreadlocks onder meer bij Partizan Belgrado (Servië), Al-Arabi, Plymouth Argyle (Engeland, tweede divisie) en recent nog bij FC Paykan in Iran.

Daarnaast kwam de Nigeriaanse verdediger kort uit voor 1. Kaiserslautern en Derby County. Bij Auxerre in Frankrijk, waarmee hij in 1997 kampioen werd, beleefde hij zijn echte doorbraak. In dat jaar werd hij net als de Braziliaanse vedette Ronaldo door Inter Milan gekocht.

West werd in 1996 in Atlanta Olympisch Kampioen met Nigeria. De Afrikaan won in 1998 de UEFA Cup met Inter Milan en was met Nigeria actief op twee WK's (1998 en 2002). In totaal droeg hij 41 keer het shirt van de Super Eagles.

West staat bij mij te boek als die verdediger die de harde duels niet schroomde. Als die verdediger die bij FM (toen nog Championship Manager) in het seizoen 2000-2001 transfervrij te halen was. Als die international die deel uitmaakte van de gouden Nigeriaanse generatie met onder andere Jay-Jay Okocha, Nwankwo Kanu, Sunday Oliseh, Daniel Amokachi en Celestine Babayaro. Als die speler die als één van de weinigen Giuseppe Meazza verliet voor San Siro. En als die exotische verschijning die van die kraaltjes in zijn haar had, die ik om de spaken van mijn eerste fietsjes hing. En vanaf nu herinneren jullie hem ook als die speler die de tien in mijn rubriek Vergeten voetballer volmaakte.

28 augustus, 2008

Peking (2): Spelen van de emotie

Thunderbolt
Met de huidige technologie krijg je in elke sport bij de finale een close-up van de deelnemers te zien. Denk aan de volksliederen bij het voetbal, als de camera langs beide elftallen en het arbitrale korps gaat. En ook bij het zwemmen, als de finalisten zich op de startblok nog wat uitschudden en prepareren voor het moment suprème. Bij de sprintfinales bij het atletiek is dat niet anders. De namen van de finalisten worden één voor één opgeroepen en de één ontvangt een wat luider applause dan de ander.

Het standaardbeeld is dat de sprinter even zijn arm optilt om te laten zien om welke deelnemer het gaat en verder uiterst geconcentreerd bezig is met de 'race' die komen gaat. Het applause dat volgt krijgt hij/zij door de concentratie en zenuwen niet eens meer mee. Allemaal serieuze koppen, totdat de camera's en speaker zich richten op Usain Bolt. Pas 22, geboren in Jamaica, het postuur van een basketballer en de mymiek van een acteur.

Als de lens richting Bolt draait komt het beest los. De gespannen koppies bij zijn buurmannen lacht hij weg. Alsof hij een collega-rapper aan het dissen is gebaart hij met zijn handen. De heupen gaan heen en weer en als zijn naam omgeroepen wordt, neemt hij de houding van een boogschutter aan die met een glimlach op, op iets hoogs mikt. Het is een hele show.

Die show gaat nog tijdens zijn race verder. Na acht seconden, met nog 20m te gaan, vindt Bolt dat hij lang genoeg serieus is geweest en schakelt hij twee versnellingen terug. De snelheidsduivel beseft niet dat hij het wereldrecord met tienden kan aanscherpen in plaats van hondersten van een seconde. Het is een vernedering voor zijn collega's, die ver achterblijven. Arsenal legde Twente op de pijnbank, maar wat Bolt met zijn tegenstanders doet is nog veel erger. Op de koningnummers, 100m, 200m en 4x100m sprint, won Thunderbolt eenvoudig en slaagde hij er zelfs in een nieuw wereldrecord te vestigen. Dan mag je ook wel de Eddy Murphy gaan uithangen.

"Stelletje sukkels"
Het begon allemaal zo mooi. Jeroen Delmee mocht bij de opening van de Spelen in Peking namens Nederland de vlag dragen voor zijn bewezen diensten als hockeyer. Dat moest het begin worden van een spetterend afscheid. De champagnespetters bleven uit, want zonder medaille om de nek keerde hij met zijn hockey-équipe terug naar Nederland.

In de halve finale ontsnapte Duitsland op een Duitse manier en in de strijd om de derde plaats kreeg Oranje een pak rammel van Australië (2-6). En bij de topsporter pur sang knapte er toen iets. "Op belangrijke momenten gaven we vandaag niet thuis en dat was kenmerkend voor het hele toernooi. We zijn gewoon een stelletje sukkels. De laatste jaren hebben we helemaal niks bijgeleerd."
Mooie emoties bij Delmee, die het niet kon verkroppen dat de verdediging van Oranje in de eerste tien minuten tot drie keer toe opzichtig faalde en de Australiërs daarmee de bronzen medaille min of meer al om de nek hing. Het typeerde Delmee om zo emotioneel te reageren en zijn teamgenoten 'op de flikker' te geven. Het is de winnaarsmentaliteit waar bijvoorbeeld ook Jaap Stam zo om werd geprezen.

Manwijven
Toen Daniëlle de Bruijn de winnende treffer tegen de touwen gooide, sprong ik van de bank. De finale van de waterpolodames van Oranje tegen de vrouwen uit de VS was voor mij het meest spannende moment tijdens de afgelopen Spelen. Het doelpunt van De Bruijn, de laatste twee kansen van de VS maar vooral de reacties na afloop zullen mij bijblijven.

Robin van Galen dook met zijn assistenten na de 'eindzoomer' onmiddelijk het water in. Die omhelsingen en de tranen, dat is misschien wel het mooiste aan sport. Toen ik die succescoach zag genieten vergat ik die manwijven in zijn selectie even. Jack van Gelder liet hem opdraven voor de microfoon en Van Galen liet zijn tranen de vrije loop toen hem werd gevraagd over een sterggeval uit de familie. Weer kreeg ik kippenvel.
Dat onze waterpolodames ook bij de mannen meekunnen, bevestigden ze nog maar eens door journalist Van Gelder (toch rond de 100kg) met zijn tweetjes even het water in te 'jonassen'. Manwijven of niet, hun sentimenten deden me een paar keer goed trillen.

Vedettes onder elkaar
Nog zo'n innig moment. Hoewel de één inmiddels twee keer zo zwaar is als de ander en ze niet meer voor dezelfde club spelen, is de liefde er bij Ronaldinho en Lionel Messi er niet minder om geworden.

De kleine Argentijn zag zijn voormalig ploeggenoot in Barcelona arriveren. Ronaldinho zette Camp Nou op zijn kop, werd 's werelds beste maar gleed vervolgens af door een te uitbundige manier van leven. Messi maakte het allemaal van dichtbij mee. Vooral de eerste jaren van de Braziliaanse ster in Catalonië waren bewonderingswaardig. Hij goochelde erop los, scoorde aan de lopende band en bezorgde de ploeg van Frank Rijkaard persoonlijk de landstitel en de Champions League.

Messi, die langzaamaan ook aan de weg timmerde, keek zijn ogen uit en promoveerde zijn aanvalspartner tot idool. Altijd noemde hij de naam van Ronaldinho als hem werd gevraagd naar de beste speler ter wereld. Zelfs toen Dinho's slechte levensstijl het afgelopen seizoen aan het licht kwam en hij het team min of meer in de steek liet, weigerde Messi hem te beschadigen. 'Hij is en blijft de beste', klonk het uit de mond van het wonderkind.Dat maakte de knuffel na afloop van de halve finale tussen Argentinië en Brazilië zo speciaal. Messi is inmiddels misschien wel beter dan Ronaldinho ooit was. Toch blijft de kleine aanvaller opkijken naar zijn voormalig leermeester. Het moet ongeveer zo gegaan zijn tijdens die knuffel.

R: 'Gefeliciteerd kleine.'
LM: 'Bedankt maestro, jij blijft de man.'
R: 'Nee Leo, ik wás de man. Ik heb jullie keihard laten vallen het afgelopen seizoen. Ik schaam me dood.'
LM: 'Nee meester, dat moet je vergeten. Denk aan alles wat je ons hebt gegeven, we mogen je eeuwig dankbaar zijn.'
R: 'Win die finale en gedraag je. Je bent dan niet alleen de beste Leo, je blijft ook de beste. Ik meen het. Jouw tijdperk is aangebroken.'
LM: 'Jij blijft mijn held, succes in Milaan.'

Juwelier Phelps
Acht keer goud voor Michael Phelps. Chapeau! Wat een geweldenaar. Die op de eerste estafette, de 4x100m vrij, vond ik de mooiste. Frankrijk lag op koers voor goud, maar Jason Lezak vloog op de laatste 100m en bezorgde de VS alsnog verrassend de overwinning. Dat Phelps dat al niet meer had zien aankomen was te zien aan zijn reactie. Wat een kreet moet dat geweest zien.
Lucky Alexander
Joe heeft niet veel met Alexander en Maxima. Ik zal ook niet snel jaloers zijn op iemand van het Koninklijk Huis. Maar na de hockeytitel van de Nederlandse dames had ik graag even in Alexander's schoenen gestaan. Al die bekakte feestbeesten kregen na het behalen van hun gouden plak drie kusjes van de kroonprins.


Als Joe daar had gestaan, hadden ze die ook gekregen. En ik zou ze er wat tikjes op die mooie gespierde billen bij doen, evenredig met het aantal glazen champagne dat ze op dat moment ophadden. En dan maar hopen dat Fatima op dat moment al twee flessen achterover had geslagen. Minke Booij verdient ook een aai over d'r achterwerk. Niet eens vanwege d'r uiterlijk, maar meer vanwege haar spel. Wat een verdediger, die gaan ze missen.

25 augustus, 2008

Peking (1): Tibet in de doofpot

Peking zwaait deze week de mondiale topsporters uit. De Olympische Spelen zitten erop en terwijl alle media de medaillespiegel tonen, hun nationale medaillewinnaars in het zonnetje zetten en de afsluitingsceremonie in beeld brengen, kan ik in drie delen de balans opmaken.

Censuur
Om het evenement, dat de Chinese autoriteiten miljarden heeft gekost, te laten slagen, moest de berichtgeving over Tibet eerst getemperd worden. Als China door alle buitenlandse media geconfronteerd zou blijven worden met de schending van de mensenrechten in het buurland, zou de schade niet te overzien zijn. De bouw van de watercube, het Olympisch dorp en alle andere sportvelden kostten miljoenen.

Grootste kostenpost voor de Chinezen was misschien wel de beveiliging. Het voorkomen van terroristische aanslagen en/of het uitschakelen van de rebellerende vredesactivisten kostte de Aziatische grootmacht ook kapitalen. Grootste vrees voor China was dat al dat geld tevergeefs geïnvesteerd zou zijn, als de hele Spelen overschaduwd zouden worden door de situatie in Tibet. Om het immense evenement succesvol te laten verlopen, moest Tibet in Peking taboe worden. Hoe doe je dat?
Censuur is de sleutel. Drie weken lang heeft geen deelnemer, journalist, politicus of kijker nog omgekeken naar de Tibetanen die door het gastland uitgeroeid worden. De Chinezen hebben het zo gespeeld dat de hele situatie in het land van de Mount Everest in de doofpot is beland. Veel buitenlandse media die de mensenrechten normaal zo hoog in het vaandel hebben, houden zich drie weken lang gedeisd over de erbarmelijke toestanden in Tibet. Alsof ze een pact hebben gesloten met de Chinezen waarin staat dat vrijheid van pers niet langer acceptabel is.

Voordat dappere vredesactivisten ook maar hun signaal kunnen afgeven aan de miljoenen kijkers door te protesteren, worden ze er door de vele beveiligers al uitgevist. Een enkeling kan de wakende spleetoogjes ontwijken en wil zijn boodschap overbrengen aan de aandachtige atletiekvolgers door naakt het stadion in te rennen. Die boodschap komt echter nooit aan als de regie heel simpel overschakeld naar een camera aan de andere kant van het stadion.
Het uitschakelen van de normaal zo meelevende sporter was voor de autoriteiten misschien nog wel het gemakkelijkst.

In het Olympisch dorp linkt niets, maar dan ook niets, aan de situatie in het buurland. Dat wil zeggen dat de neutrale omroepen op de tv niet geïnstalleerd zijn, dat het internet heel zwaar gefilterd is en ga zo maar door. En daar komt bij. Als je een gouden medaille aan een lintje laat slingeren voor de ogen van de sporters, vergeten ze de door China aangerichte bloedbaden die voor de Spelen nog op het netvlies stonden.
Mede door al het 'gecensuur' zijn de Spelen bijzonder succesvol verlopen. Wereldrecords sneuvelden en torenhoge favorieten verzaakten haast niet. De Chinezen hebben met buitenaardse faciliteiten echt een prima klimaat gecreëerd voor de sporters om in te presteren. Wat dat betreft is het twintig dagen lang echt genieten geweest. Toch had ik het niet erg gevonden als een Usain Bolt na zijn uitmuntende prestatie op de 100m sprint met een spandoek vol anti-China-leuzen had gelopen. Of dat Maarten van der Weijden TIBET op zijn hoofd had laten verfen in plaats van NED. Of dat een heel stel judoka's van dezelfde gewichtsklasse gezamenlijk afspreekt uit protest niet deel te nemen.

De maatschappelijke verantwoordelijk bij de sporters was ver te zoeken en dat heeft me teleurgesteld. Misschien heb ik ook wel gemakkelijk praten. Feit is echter wel dat het bewaken van de vrede (hoofdzaak in het leven) door sport (bijzaak in het leven) naar de achtergrond verdreven is in Peking. Die conclusie is heel triest.

21 augustus, 2008

In memoriam: Farah Lahdo

Als een bloem zo is het leven,
't begin is teer en klein.
De één die bloeit uitbundig,
de ander geurt heel fijn.
Sommige bloemen blijven lang,
weer andere blijven even.
Vraag niet bij welke bloem je hoort,
dat is 't geheim van het leven.

God keek in zijn tuin en zag een leeg plekje
Hij keek naar beneden en zag een lachend gezichtje
Hij sloeg zijn armen om hem heen en zei:
"Farah, kom maar met mij mee."

Ik wens broer Ablahad en de rest van de familie het allerbeste toe! Moge hij rusten in vrede..
21-10-1986 †16-08-2008

18 augustus, 2008

Vergeten voetballer: 9. 1+8 Iván Zamorano

Iván Zamorano deed me altijd denken aan een leider van een Indianenstam. Of zo'n Indiaan die in de binnenstad van Enschede met zijn gefluit op een zelfgemaakt blaasinstrument de aandacht van de voorbijgangers voor zich weet te winnen.

Maar Zamorano, wat in het Aramees overigens 'deze zanger' betekent, was geen afgedankte muzikant maar een gerenommeerde profvoetballer. De Chileen vierde zijn hoogtijdagen in de jaren negentig. Van 1992-1996 was hij actief voor Real Madrid, daarna speelde hij vier jaar voor Internazionale.

In de Spaanse hoofdstad, toen de Koninklijke nog met die fraaie paars-witte Kelme-shirts speelde, baarde hij opzien door aan de lopende band te scoren. In 137 duels vond Zamorano (onder meer aan de zijde van Michael Laudrup) 77 keer het net. Toch zocht hij zijn heil na bijna vijf seizoenen elders. Internazionale ruimde een plekje in voor de Chileense international. Maar tot het niveau dat hij in Spanje haalde, kwam hij in Italië niet echt.

Zamorano mocht aanvankelijk nog starten met rugnummer 9. Dat nummer had hij ook in Madrid en bij Sevilla (1990-1992) en St. Gallen (Oostenrijk, 1988-1990) gedragen. Maar in zijn derde seizoen raakte de spits zijn lievelingsnummer kwijt. Ronaldo beleefde de beste tijden in zijn carrière en kon het nummer bij de clubleiding gemakkelijk opeisen. Roberto Baggio speelde met tien en voor Zamorano was er niet veel moois over. De Zuid-Amerikaan bedacht een creatieve oplossing en ging spelen met rugnummer 18. De materiaalman van Inter plaatste er een klein plusje tussen zodat toch nog een beetje aan de wens van Zamorano kon worden voldaan. 1+8 is immers 9.

Na zijn periode bij Inter bouwde Zamorano zijn carrière af bij het Mexicaanse América. Zijn laatste club werd Colo Colo in zijn vaderland Chili. Zamorano speelde 69 interlands en trof daarin 34 keer doel. Samen met de andere Chileense legende, Marcelo Salas, vormde hij in de jaren negentig een koningskoppel. Op de Olympische in Sydney in 2000 werd Zamorano als dispensatiespeler topscorer met zes doelpunten. Ander hoogtepunt voor inmiddels 41-jarige Zuid-Amerikaan is het behalen van de UEFA Cup in 1998. Internazionale versloeg Lazio Roma met 3-0 in de finale en Zamorano tekende voor de openingstreffer.